Website about our cycling tour through Europe.
With practical tips for people with similar plans.

Vrijdag 22 juli
Cremona - Treviglio, 80km, gem. snelheid 18,5km per uur.
Om 9.15u vertrekken we. Het eerste stukje volgen we een stuk (onverharde) Po-route, dan stappen we over naar de route van Benjaminse (in omgekeerde richting dus, hetgeen niet echt makkelijk te volgen is). We hebben e.e.a. ingetekend op de provincie-kaart. Na een goed begin de stad uit, raken we helaas het spoor bijster: er zijn veel meer landweggetjes dan de kaart aangeeft. We hobbelen weer een heel eind terug, en zijn na 20km ploeteren, 10km opgeschoten. We are not amused en de jongens willen nóóit meer over een onverharde weg rijden. We nemen nu een stuk de rode weg. Er wordt een nieuwe laag asfalt gelegd en als we vaart minderen, slipt Otto van de nieuwe asfaltlaag af en valt gemeen op het nog hete asfalt. Bloed, zweet, tranen en vuiligheid vermengen zich. Als de eerste schrik voorbij is, blijkt de schade mee te vallen: een klein wondje aan zijn knie en een blauwe plek op zijn kin. Gespannen rijden we verder, het gaat niet lekker. In het volgende dorpje, Pizzighetone, missen we weer een goede afslag. Na een stukje eenrichting-tegen-het-verkeer-in wordt het beter: kleine weggetjes, weinig verkeer, rustig en groen. In Castelleone lunchen we in een parkje bij een enorme toren. Vervolgens naar Crema, langs een leuk klein weggetje, door bos en langs het water. Het lijkt dood te lopen op een drukke weg, maar nee, we kunnen wel verder, en bereiken eenvoudig het centrum van Crema waar we heerlijke ijsjes eten (pompelmo-limone, mmmm). Crema uit is weer puzzelen en de volgende 20km naar Treviglio zijn saai: we hebben nu wel genoeg maisveld met sloot gezien. Hoewel de sloten hier wel erg helder zijn. Petra en Tim amuseren zich met het zingen van nieuwe, toepasselijke coupletten van het Troika-lied. In Treviglio rijden we door naar de kerk en vinden de, gelukkig geopende, Pro Loco waar we overspoeld worden met informatie. We gaan voor hotel Cavalino, waar we voor 80 euro een drie-persoonskamer kunnen krijgen met één van kids op de grond. De fietsen kunnen in de garage. We pikken de finish van de tour-etappe nog mooi mee, douchen lekker, en hangen op onze bedden. Otto vindt het hotel o.k., ook al heeft hij maar 1 ster. We eten uitstekend in het hotel. Vanwege de enorme hitte, hebben we er vreselijke dorst bij en blijven maar drinken. Otto valt halverwege zo´n beetje om van moeheid en hitte, en zelfs alle liefdevolle aandacht van de hotelmevrouw kan dat niet verhelpen. Hij wil graag naar bed en krijgt daar nog een flinke bloedneus, het was ook wel een heftige dag vandaag. Op TV zien we dat we in een hittegolf zitten, met temperaturen rond de 35°, daar hebben we op de fiets verrassend weinig last van. Binnen in het hotel wel: de muren houden de warmte goed vast en het wil ´s nachts maar niet afkoelen. Dit weekend gaan 7 miljoen Italianen op vakantie, dat wordt fijn op de weg.

Zaterdag 23 juli
Treviglio - Vassenna, 66km, gem.snelheid 16,0km per uur.
Na een snikhete, mugrijke en beroerde nachtrust (voor Pjotr en Petra althans, de jongens slapen altijd en overal goed), staan we rond 8.00u op. Otto klaagt dat hij zich slap en misselijk voelt. Als we beneden komen vinden we een briefje: om 9.30u is er weer iemand beschikbaar. We kunnen niet bij onze fietsen, dus da´s mooi balen. We ontbijten dan maar in de bar aan de overkant. Als de broodjes op zijn, is de hotelmevrouw ook weer terug, vol excusus omdat de berg tassen in de hal wel duidelijk maakte dat wij eerder hadden willen vertrekken. Terwijl wij de fietsen opladen zet ze alsnog koffie voor ons en thee voor de jongens, en we mogen de gemiste jus meenemen. We slingeren Treviglio uit naar Vaprio d´Adda waar het fietspad langs de Adda begint. Errug mooi: langs heldere, snelstromende kanalen en een groene omgeving, met de Adda als echte rivier erbij. Lekker weer vandaag, een stuk minder heet. Het pad is wel heel erg hotseknotsig en vaak stenig of met veel teveel grind. We gaan dus niet erg hard, maar dat geeft ons wel de gelegenheid om van de mooie omgeving te genieten. Otto´s zwakte is alweer verdwenen, in plaats daarvan kletst hij Pjotr de oren van het hoofd en stelt hem oneindig veel vragen, vooral heel veel over Lance Armstong. Tim geniet van het slingerwerk en roept talloze tips en coachend bedoelde opmerkingen naar Otto, die deze echter niet op waarde weet te schatten. Het is fijn om autovrij door het groen en langs het water te fietsen. Pjotr´s trapas maakt af en toe vreemde en zorgwekkende geluiden, gisteren ook al, maar daar lijkt verder niet veel aan te doen. Bij Brivio lunchen we en spreken we 2 fietsende Belgen die ons de camping in Vassena tippen. Na Brivio blijft het pad onverhard, met smalle stukken tussen menshoog onkruid, avontuurlijk! Blij dat we stevige brede banden hebben. Wij ontmoeten nog 2 Belgen, ook zij zijn, net als de andere 2, erg geschrokken van het heftige verkeer in Italië en denken met weemoed terug aan het veel fietsvriendelijker Zwitserland, dat klinkt dus veelbelovend. De arme zielen zitten echt in een dip... Als het fietspad is afgelopen, zitten we meteen in razend druk verkeer. We gaan de Adda over naar Lecco en missen de afslag naar het paadje langs het meer, met als gevolg dat we met de file meespoelen naar Lecco. Borden verwijzen alleen naar Milaan, Como en andere ver weg gelegen plaatsen, dus we moeten de weg vragen. Net op tijd: 1e weg links de brug over, geen bord dat daar ook maar vagelijk naar verwijst. En ondertussen de putten en gaten nog zien te vermijden... Na de brug neemt de drukte zienderogen af en volgen de tunnels. We willen eromheen, er staan wat vage opmerkingen over in de routebeschrijving, maar we blijken er toch echt doorheen te moeten. De eerste is 1,6km, de tweede maar liefst 2,2km. Ze hebben wél goed asfalt en prima verlichting, en zijn dus objectief bekeken wel veilig. We zijn echter errug blij als we er levend doorheen zijn en op de veel smallere kronkelweg langs het Comomeer verder zweven. We vinden camping Le Fornace makkelijk en krijgen het laatste plekje met spectaculair uitzicht over het meer. Het is bewolkt, maar niet koud. Terwijl wij de tent opzetten, spelen de jongens bij het meer. Pjotr bakt wederom pannenkoeken voor de jongens, die krijgen daar geen genoeg van, en Petra en Pjotr eten pasta. De jongens hebben nog praatjes voor tien en gaan dus pas na tienen naar bed. Morgen rustdag.

Zondag 24 juli
Rustdag Vassena.
Na een korte nacht, die pas begon nadat de (Ned.) buren eindelijk uitgekaart waren, breekt de zondag aan. Het meer ligt er grijs bij, zoals wij dat gewend zijn van Italiaanse meren. De zon zien we vandaag niet of nauwelijks. Na het ontbijt spelen de jongens in het water, Petra en Pjotr lezen. We klaverjassen veel vandaag en het is gezellig. Tam dagje wel. We eten ´s avonds krijsend dure pasta even verderop. Tja, je betaalt voor het uitzicht, maar in dit geval is dat hetzelfde als vanuit onze tent... Hoewel Otto het goed naar zijn zin heeft, wil hij óók graag thuis zijn, niet zo gek na 2 maanden reizen. Gelukkig wil hij wel per sé fietsend thuis komen en hij bedenkt ambitieuze schema´s: 900km in 18 dagen bv. Tim heeft minder haast: hij vindt het prima zo. De jongens dollen een hele tijd in de tent en besluiten dat ze in aaneengeritste slaapzakken willen slapen. Succes daarmee! Nadat we de buren erop gewezen hebben dat het inmiddels middernacht is en zij érg hoorbaar zijn, wordt het stil.

Maandag 25 juli
Vassenna - Borgonuovo, 62km, gem. snelheid 18,5km per uur.
Vannacht is er nog een buitje gevallen en ook tijdens het ontbijt vallen een paar druppels. Naar Bellagio is het eerst vlak, maar dan volgt toch nog een aardige klim met bijbehorende afdaling. Bellagio is mooi: chique villa´s en hotels met prachtige tuinen. We pakken de boot naar Varrena aan de oostzijde van het meer. De eerste km´s langs het meer moeten we door een aantal kleine tunneltjes heen, niet echt gevaarlijk, wel onrustig met het autoverkeer hier. Het is niet echt druk, maar stroomt wel voortdurend langs. We zijn erg blij met onze goede verlichting. Pas bij Colico wordt het echt druk op de weg. We lunchen bij het station. Hierna volgen nog 10km op een soort verlengde snelweg, smal met heel veel (vracht)verkeer. En 2 tunnels waar we als fietsers gelukkig omheen moeten. Deze omweggetjes zijn plotseling heel mooi: door verstilde dorpjes langs een spiegelend meer tussen steile beboste bergwanden. Na de tunnels volgen nog een paar km van die rotweg, dan gaan we linksaf via Era en Mese naar Chiavenna. Eerst door een breed dal, later langzaam stijgend, waarbij we regelmatig bergstromen oversteken die Tim heel mooi vindt. Hij heeft oog voor de omgeving en geniet ervan. Otto citeert ondertussen voor zichzelf de stukgelezen Donald Duck pocket uit zijn hoofd. In Chiavenna zien we op de rotonde (die we morgen weer nemen, en dan richting Splügen) de camping al aangegeven. Nog 3km klimmen en dan zien we ´m, links van de weg, vlakbij mooie, grote en luidruchtige watervallen. De jongens gaan tafeltennissen met (hier ruimschoots beschikbare) andere NL kinderen terwijl wij de tent opzetten. Wij zijn moe. Hoe zal dat morgen gaan, de grote pas over? Als de tent staat lopen we nog even samen naar de waterval (Aquafraggia), waar we van de camping op uit kijken. Hij blijkt van dichtbij nog mooier te zijn, uitmondend in een schattig speelriviertje in een parkachtige omgeving. De jongens klauteren enthousiast door het water. We eten pizza aan de overkant: de enige winkel in het dorp is vandaag dicht. Heerlijke pizza, terwijl er een flinke regenbui naar beneden slaat. Voor het eerst sinds lang hebben we echt honger, we bestellen nog frites bij na de pizza en ook die gaan grif op. Dan vroeg naar bed. We zijn erg moe en de slaapomstandigheden zijn ideaal: koel, een ruisende waterval achter ons, rustige camping, zacht gras.

Dinsdag 26 juli
Rustdag Borgonuovo.
We besluiten hier nog een dag te blijven. De jongens zijn blij eindelijk weer eens met NL kinderen te kunnen spelen, het is hier mooi en het is een goede gelegenheid om de was te doen. De site bijhouden blijft een probleem: we mogen het weliswaar proberen op de camping, maar de verbinding is belabberd. Het lukt Petra nog wel een paar regels in het gastenboek te peuteren. We klaverjassen een rondje, lunchen en wandelen daarna naar Savogno, een middeleeuws dorpje op 992m (wij zitten op 425m). Dit betekent, naar Tim later uitrekent, 2500 treden omhoog (het zijn echt bijna alleen maar trappen!) en 2500 treden omlaag. Het is een erg mooie tocht. In het dorpje drinken we cola en maken een praatje met Pier, één van de twee vaste bewoners van het dorp. Na 30 jaar tol ge-ind te hebben op de snelweg is hij hierheen verhuisd, voorwaar een verbetering. Tenminste, als je het niet erg vindt om op ruim een lópen/klauteren van de bewoonde wereld te leven. Wel heel vredig hier, géén auto´s. Proviand en goederen wordt met een kabelbaan naar boven getransporteerd. Met bibberende knieën (letterlijk) gaan we weer naar beneden, nu nóg stijler en vlak langs de waterval. Otto´s knieën bibberen het hardst, Pjotr houdt zijn knuist vast om hem te behoeden voor een struikeling. Otto kletst ondertussen aan één stuk door en stelt 1001 vragen. Als we terug zijn op de camping is het alweer 18.00u en besluiten we meteen te gaan eten: dezelfde prima pizza´s als gisteren, ditmaal afhaal. Dan nog een rondje klaverjassen, en daarna gaan de jongens nog even spelen met de andere NL kinderen. Morgen dan echt de Splügen?

Woensdag 27 juli
Borgonuovo - Splügen, 44km, gem.snelheid 9,7km per uur, 1800 hoogtemeters.
Mooi op tijd vertrekken we voor de spannendste en hoogste klim van de hele reis. We hebben om te beginnen al spierpijn van de wandeling van gisteren. Het weer is o.k. en we hebben er allemaal zin in. Over het fietspad rijden we bergaf richting Chiavenna, Otto kletst weer honderduit, maar let niet goed op de weg: er ligt een flinke kei en hij gaat hard onderuit. Kin geschaafd, bloedende knie, een wondje op zijn hand en heel veel schrik en tranen. Hij is flink op zijn schouder terechtgekomen, daar groeit een mooie (?) blauwe plek. Pjotr checkt zijn fiets: ketting eraf, stuur scheef, gelukkig niets onherstelbaars. Hoe moet dat nou? Nou, gewoon verder, Otto durft dat toch wel aan, een echte held! Met blauwe plekken en opgedroogde tranen stapt hij weer op. Heel voorzichtig rijden we verder naar beneden, langzaam zakt de schrik. Na 3km, in Chiavenna, begint de klim en meteen goed. In het eerste dorpje, S. Giacomo Filippo, na 3,5km klimmen, pauzeren we bij een alimentari. We zijn alle 4 al drijfnat van het zweet, volgens de vriendelijke alimentarimevrouw is het ook extreem vochtig weer. We drinken cola en de jongens mogen zoveel snoepen als ze willen: Twix & chips wordt het. We klimmen verder naar een heus sanctuario, waar we weer pauzeren en de steen zien waarop Maria daar in 1492 verscheen. De hoofden gaan onder de waterstraal om af te koelen. Verder maar weer. We krijgen een serie van 10 haarspeldbochten voor de kiezen die we gezamenlijk aftellen. Bij de 8e moeten we toch echt even pauzeren. De merkwaardige keertunnels waar Benjaminse het in zijn boekje over heeft, blijken toch eigenlijk vooral galerijen te zijn, en dus niet al te gevaarlijk, licht aan en hupsakee. De weg is goed genoeg en het is niet druk. Bovendien kan niemand hard rijden, dus iedereen ziet ons ruim op tijd. De uitzichten zijn spectaculair, we rijden door een vallei met veel bomen en hoge bergwanden aan beide zijden. De jongens houden de moed er prima in. Tim geniet zelfs van het zware klimwerk. En zwaar is het: steil, met nauwelijks gelegenheid tot bijkomen. In Pianazzo lunchen we op een bankje in zon om warm te blijven. We zitten hier op 1400m en het koelt al wat af. Plotseling stopt er een auto, er springt een NL mevrouw uit die ons twee snoeprepen toestopt die zij niet meer nodig hebben en wij vast wel. Na ons complimenten gegeven te hebben, springt ze weer in de auto en weg zijn ze. Waren dat onze campingburen? We denken van wel. Het is zwaar klimmen na Pianazzo en er zitten nog een paar erg lange galerijen in, die met die stijle stijging nog langer lijken. Het wegdek wordt ook slechter. Voor ons niet zo´n probleem, maar in volle vaart naar beneden niet zo fijn! De jongens vinden het nu toch ook wel zwaar, maar we verliezen de moed zeker niet. We stoppen af en toe om onze benen rust te gunnen of om foto´s te maken en na de laatste tunnel eten we een appeltje in de berm, in een groene wei. Als we verder fietsen claimt een koe voorrang bij het oversteken, die geven we graag. Na nog een paar haarspeldbochten hebben we zowaar enkele vlakke kilometers langs het Splügen-stuwmeer. Tim geniet van het uitzicht en ziet overal watervalletjes naar beneden komen uit de hoge bergen. Na Monte Spluga nog 3km klimmen, inderdaad de laatste loodjes. Als we bijna bij de top zijn beginnen de jongens te zingen. Tim "We are the champions" en Otto de triomfantelijke Star Wars tune. Trots bereiken we de top en laten de prestatie vastleggen door andere fietsers. We hebben 1800 hoogtemeters geklommen vandaag! We trekken sokken, truien en broekspijpen aan en beginnen aan de 8km afdaling naar Slpügen. Petra en Otto met ruime voorsprong voorop. Tim en Pjotr er wat later achteraan: zij dalen een stuk sneller. Eerst een hele serie haarspeldbochten, dan een lang recht stuk stijl naar beneden, dan nog wat bochten, hobbel de bobbel over de kasseitjes in Splügen en daar is de camping. Moe maar voldaan zetten we de tent op op het tentenweitje. We koken het standaardmenu (pannenkoeken - pasta) en kletsen nog een hele tijd met andere NL fietsers die morgen de Splügen overgaan. Met de ruis van rivier en snelweg op de achtergrond, en met veel kleren aan tegen de kou op deze hoogte, slapen we heerlijk.

Donderdag 28 juli
Splügen - Bad Ragaz, 75km, gem. snelheid 19,6km per uur.
Een dagje bergaf, hadden we zo gedacht. Het is stralend weer en we kunnen de bergen mooi zien liggen. De eerste km´s dalen we nauwelijks. Van Sufers naar Andeer gaan we door de Rofla Schlucht, dat gaat goed naar beneden. We bezoeken de waterval en gaan onder de Rijn door. We lezen het mooie verhaal over de ontsluiting van de waterval begin vorige eeuw. Een familie heeft daar 7 jaar lang aan een stuk door aan gewerkt! Het hele dorp verklaarde hen voor gek. We gaan verder. Hier en daar moeten we toch klimmen. Dat valt zwaar tegen, onze benen willen niet echt. In Zillig zwiepen we van de weg af om het kerkje te bezichtigen. Na een akelig klimmetje volgt de afdaling via de Via Mala. We hebben er inmiddels in totaal (dagtripjes e.d. niet meegerekend) 2000 fietskilometers opzitten en maken een foto om dat moment vast te leggen. We kijken alleen even naar beneden de kloof in, in nog eens 2x372 treden hebben we geen zin. We ploeteren verder naar Thusis, elk hobbeltje doet ons kreunen. De Polenweg doen we toch maar niet (nog meer klimmen én onverhard). Tijdens de lunch blijkt dat de remmen van Pjotr flink aanlopen, da´s niet fijn als je toch al zo moeizaam rijdt. Dan maar weer verder, tegen de wind in en nog een paar rothellinkjes. In Chur is het modderen met de fietsbordjes, maar we komen er wel doorheen en belanden nu op rustige, onverharde fietspaden. In een dalende bocht gaat Tim onderuit in het grind. Hij raakt deerlijk gehavend: rechter knie kapot, linkerhand flink kapot plus zwelling, krassen op het linkerbeen, elleboog flink geschaafd, zelfs op borst en heup zitten blutsen. Hij is verschrikkelijk flink en geeft geen kik terwijl we alles spoelen en zo goed mogelijk verbinden. De fiets heeft een verbogen stuur e.d. Dat is snel verholpen. Na een half uurtje rijden we voorzichtig verder. Dat doet Tim flink pijn: hij kan zijn stuur eigenlijk niet vasthouden. De weg wordt wel simpeler nu: redelijk vlakke fietspaden met duidelijke bordjes. Zo bereiken we na 17.00u de camping in Bad Ragaz waar we een plekje uitzoeken tussen de trekkershutjes. Tent opzetten en douchen maar. Boodschappen zien we niet meer zitten, we gaan uit eten. Redelijk goed, maar wel errug duur. Dat wordt dus zelf koken geblazen hier in Zwitserland!